In de voorstudie staat materiaalonderzoek centraal, waarbij ik de grenzen en mogelijkheden van keramische pigmenten en foamvorming met straalfrit verken. Mijn werkwijze is experimenteel en gebaseerd op observatie, waarbij ik ruimte laat voor onvoorspelbaarheid zoals spanning, barstvorming en schuimprocessen. Binnen dit spanningsveld ontstaan nieuwe beeldtalen waarin kwetsbaarheid en kracht, en controle en loslaten, samenkomen. Foamglas fascineert mij door zijn dubbele karakter: het is constructief sterk, maar oogt tegelijkertijd poreus en kwetsbaar.
Boomstructuren zijn vertaald naar sculpturale vormen die samen een verstild landschap vormen, als verwijzing naar groei, verval en verandering. Ontwortelde bomen tonen wat normaal verborgen blijft: een netwerk van wortels dat aarde en steen vasthoudt. Het glaswerk, rijk aan textuur en materiaaleperiment, krijgt een oppervlak dat doet denken aan boomschors en natuurlijke verwering. Vooral bij regen komen de kleuren tot leven en worden verborgen nuances zichtbaar.
Deze schalen verbeelden waterkringen die ontstaan bij hevige regenbuien. Elke schaal vormt een stilgezet moment, horizontaal en in balans, terwijl de herhaling van cirkels verwijst naar voortdurende beweging. Het glas vangt het licht als water: transparant, gelaagd en met subtiele kleurnuances die doen denken aan diepte en stroming.